Meer over posturologie

Voorbeeld regelschema: 

 DEFINITIE:

Posturologie staat voor kennis van de menselijke houding, de lichaamseigen (regel)systemen die hier invloed op hebben en, op basis van terugkoppeling (feedback), integrale implementatie. 

Ons lichaam kent onnoemelijk veel van deze systemen wanneer we ook het cel- en sub-celniveau hierbij betrekken. De posturologie beperkt zich vooralsnog tot een aantal 'gebleken' verbanden (practice based). Vooral in Frankrijk wordt hier op universitair niveau veel aandacht aan besteed. Hieronder een samenvatting van enkele verbanden:

·                     pijn(bestrijding)

·                     zien (convergentie/accommodatie)

·                     functioneren kaakgewricht (somatognatisch systeem)

·                     manuele therapie, osteopathie

·                     podoposturale therapie (posturopodie)

 

Pijnbestrijding

In 1990 publiceerde ik in het (Nederlands) Tijdschrift Integrale Geneeskunde mijn artikel ‘podo-orthesiologie: een pijn theoretische benadering’ (NTIG, 1990, 6(39), 105/107). Voor podo-orthesiologie kan nu podoposturale therapie of posturopodie worden ingevuld. Met dit artikel introduceerde ik het begrip neuromodulatie.

Daarmee is nog niet de directe pijnbeïnvloeding vanuit de (voet)zool verklaard. Pijnprikkels worden doorgegeven via zogenaamde nociceptieve vezels naar het centrale zenuwstelsel (CZS). Deels middels A-delta (gemyeliniseerd: primaire pijn) en C-vezels (niet-gemyeliniseerd: secundaire pijn). Deze prikkels kunnen onderdrukt/geremd worden door dikke, niet nociceptieve A-alfa en A-beta vezels. Op grond van voorgaande is het dan ook denkbaar dat segmentale prikkeling van de voetzool, bijvoorbeeld door drukpunt massage (Shiatsu), een remmende werking op de pijnprikkels heeft. Immers dikke A-beta vezels van bijvoorbeeld Vater, Pacini en Merkel remmen dan de nociceptieve (segmentale) input van de A-delta en C-vezels. Dit zou een mogelijke verklaring voor ‘reflexzone-achtige’ therapieën kunnen zijn!

 

Zien/oogfunctie

Begin jaren negentig bezocht mij een 13-jarig meisje samen met haar moeder. Ze stond met doorgestrekte knieën en sterk gelordoseerd. In verband met ernstige rugklachten werd een ingrijpende behandeling overwogen.

Verder was zij sterk bijziend: -/- 6 beiderzijds. Eerder was me al opgevallen, dat nekklachten en hoofdpijn relatief vaker voorkwam bij brildragers, vooral bij multifocale glazen. Om die reden liet ik tijdens het onderzoek de bril bij voorkeur afzetten. Patiënte stond tegenover een zogenoemde “Snellenkaart” en riep na haar houdingcorrectie ineens “ik kan veel verder lezen”! Na de eerste verrassing heb ik de test herhaald en inderdaad, het effect kon worden gereproduceerd.

Een fenomeen dat ik nadien talloze malen heb kunnen waarnemen. Blijkbaar had mijn houdingscorrectie een gunstig effect op het convergentie/accommodatie mechanisme. Na me hierin te hebben verdiept en na een aantal gesprekken met oogartsen, was mijn conclusie dat de tonus van de vier rechte en twee schuine, motorische oogspieren gerelateerd is aan de positie van het algemeen lichaamszwaartepunt. Blijkbaar een zeer gevoelig regelsysteem. Hierover heb ik gepubliceerd: Het zien, een andere kijk op de houding in het Nederlands tijdschrift voor Integrale Geneeskunde, TIG 1994; 10(2): 66-71).

 

Kaakgewricht en manuele therapie.

Opgeleid in de Manuele Therapie Marsman en met kennis van spier- en gewrichtsketens, merkte ik al snel het gevoelige verband tussen mobilisaties en posturologische houdingscorrectie. Vooral de occlusie van het kaakgewricht blijkt zo direct beïnvloedbaar (somatognatisch systeem).

Eerder had ik al een boekje geschreven ‘regulatietherapie vanuit de voet’ ( Tijdstroom 1991, ISBN 90-352-1365-3). Hierin beschrijf ik de houding in 3 D, onder de naam Kwadranttheorie. Deze theorie en de MTM vullen elkaar naadloos aan.  

 

 

Podoposturale Therapie: hoe werkt het?

Wanneer een tafeltje of een stoel wiebelt, zijn we al gauw geneigd iets onder één van de pootjes te schuiven. De podoposturaal therapeut doet dat in wezen ook: een plat inlegzooltje waarop schijfjes kurk geplakt worden. Daarop lopen en staan is de feitelijke therapie! Klinkt eenvoudig en blijkt effectief. Ruim 35 jaar word deze therapie nu toegepast.

De neurofysiologische theorie hierachter is minder eenvoudig. Onze voetzool (en handpalm) zijn onbehaard. Daarentegen kent de voetzool een veelheid aan zogenaamde receptoren (zenuweinden), met meerdere taken, die in belangrijke mate drukgevoelig zijn. Deze spelen een belangrijke rol bij het houdingsbalans en de beïnvloeding hiervan.

Na een uitgebreid vraaggesprek en onderzoek staat patiënt op een zogenaamde voetspiegel. De therapeut schuift dan dunne stukjes kurk onder de voetzolen, met een 'dikte' van slechts 1 à 2 mm. Onmiddellijk, zichtbaar en voelbaar, verandert de voetdruk. Deze veranderende voetstand vertaalt zich naar een aangepaste houding.

De therapeut plaatst deze dunne elementjes op een eveneens dun, glad zooltje, individueel, links en rechts (bijna) altijd verschillend. Het lopen en staan op deze zooltjes is de feitelijke therapie. Deze methode wordt al sinds eind jaren zeventig in Nederland toegepast.

Ongetwijfeld zullen er mensen zijn die vinden dat deze zooltjes niet steunen. Daarin hebben zij gelijk! Met deze methode worden de voetspieren gebruikt, die uiteindelijk het het lichaam moeten helpen dragen. En dus constant getraind moeten worden!